Het woord Boeddha is een titel en geen naam. Het betekend ‘hij die wakker is’, wakker in de zin van ‘de dingen zien zoals ze werkelijk zijn’. Hij belooft het kwade op te geven.
De titel van Boeddha is voor het eerst gegeven aan Siddharta Gotama, een man die 2500 jaar geleden in Noord India woonde. Gotama behoorde tot de kaste van de krijgslieden. Zijn vader was heerser over een klein vorstendom aan de voet van de Himalaya. Zijn vader omringde de jongen met alle weelde van de wereld. Hij trouwde en kreeg een zoon en scheen gelukkig te zijn. Maar toen hij 29 jaar was kwam hij buiten het klooster en zag na elkaar vier tekenen; een oude man, een zieke man, een lijk en een monnik. Zo zag hij het leed van de wereld. Hij was diep geraakt en besloot om de oorzaak van het leed en zo mogelijk de oplossing hiervoor te ontdekken. Hij vertrok en legde alle bezittingen af. Op een dag kwam hij in Gaya, een oude heilige stad aan de Ganges. Daar liep hij de tempels voorbij en ging tenslotte onder een boom zitten. Hij besloot daar te blijven tot de waarheid tot hem zou komen. Het was een moeilijke tijd, maar uiteindelijk kwam het licht en werd hij een boeddha, een ‘verlichte’.
Hij zag de geheimen van het bestaan, de oorzaak van het lijden en hoe dat te genezen is door zelfverloochening.
Vervolgens trok hij tot zijn dood op tachtigjarige leeftijd door Noord India om zijn eer, het pad naar Verlichting, te onderwijzen. Zijn leer wordt in Azië Boeddha Dharma genoemd, de leer van de Verlichte.
Rondtrekkend verkondigde de Boeddha zijn leer aan vele volgelingen, waarvan een groot aantal uiteindelijk de Verlichting bereikte. Zij op hun beurt brachten anderen in contact met de leer van de Boeddha. Op deze manier is het boeddhisme tot op de dag van vandaag van generatie op generatie doorgegeven.



De Boeddha is geen God en hij heeft nooit beweerd een goddelijk wezen te zijn.Het boeddhisme heeft geen Schepper Gods. De Boeddha was een mens zoals wij mens zijn. Door zijn eigen inspanning heeft hij zichzelf ontwikkeld en de Verlichting bereikt. De toestand van Verlichting die hij bereikte heeft drie belangrijke kenmerken:

Wijsheid, in de zin van het bereiken van inzicht in de ware oorsprong van gebeurtenissen.

Mededogen, wat zich manifesteert is het zichzelf beschikbaar stellen ten behoeve van het welzijn van alle levende wezens.

Bevrijding van alle energie en daadkracht van lichaam en geest, wat zich manifesteert in een permanent en volledig bewustzijn.